Levensloopregeling

Sinds op 1 januari 2006 de Wet VPL van kracht is geworden is de levensloopregeling in de plaats gekomen van de VUT en prépensioen.

De levensloopregeling kan overigens voor meer dan alleen eerder stoppen met werken gebruikt worden. Voor de volgende vormen van langer durend verlof kan het levensloop tegoed gebruikt worden:

  • Sabbatical leave
  • Zorgverlof
  • Ouderschapsverlof
  • Verlof bij stervensbegeleiding
  • Verlof bij stervensbegeleiding
  • Studieverlof
  • Eerder stoppen met werken

Verlof kan overigens alleen in overleg met een werkgever verkregen worden. Uitzonderingen hierop zijn de vormen van verlof waarop wettelijk gezien recht is, zoals ouderschapsverlof.

Opbouw levenslooptegoed

Een werknemer mag elk jaar 12% van het brutoloon inbrengen in de levensloopregeling. Het totaal bij elkaar gespaarde levenslooptegoed bedraagt maximaal 210% van het laatstverdiende salaris.

Voor werknemers die op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 jaar oud waren geldt de grens van 12% van het inkomen niet. Zij mogen meer sparen omdat zij in korte tijd een vermogen moeten opbouwen. De grens voor de waarde van het levenslooptegoed van 210% van het laatstverdiende salaris geldt ook voor hen.