ANW - Algemene nabestaandenwet

Als je overlijdt en kostwinner was, krijgen je nabestaanden een Anw-uitkering. Nabestaanden zijn je partner en je kinderen.

De groep die een uitkering kan krijgen, is sinds 1 juli 1996 een stuk kleiner geworden. De hoogte van de uitkering is bovendien omlaag gegaan en nu afhankelijk van het inkomen. Dat is het gevolg van de nieuwe Algemene nabestaandenwet (Anw), die op die datum in de plaats kwam van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW).

Er gelden voorwaarden

Er gelden voorwaarden om een Anw-uitkering te krijgen. Je partner krijgt alleen een uitkering als:

  • hij of zij voor 1 januari 1950 is geboren;
  • hij of zij een kind verzorgt dat jonger is dan 18 jaar;
  • hij of zij voor meer dan 45 procent arbeidsongeschikt is.

De Anw-uitkering stopt als je partner 65 jaar wordt. Vanaf dat moment heeft die namelijk recht op een AOW-uitkering.

Je bent partner als je samenwoont

Als je bent getrouwd, zijn jullie partners. Dat spreekt voor zich. Maar ook als je tot op de dag van overlijden samenwoonde, ben je voor de Anw partner. Voor die wet woon je samen als je met één ander meerderjarige persoon een gezamenlijk huishouden hebt.

Inkomen gaat ervan af

De hoogte van de Anw-uitkering hangt af van eventuele andere inkomsten die je partner heeft. Een uitkering op grond van de WIA of WW wordt bijvoorbeeld helemaal afgetrokken van je Anw-uitkering. Salaris, VUT en pensioen worden voor een deel afgetrokken. De maximale Anw-uitkering is € 14.016,60 per jaar.

Als je partner kinderen verzorgt

Verzorgt je partner na je overlijden een kind onder de 18 jaar? Dan krijgt hij of zij een halfwezenuitkering. Dat geldt niet als het kind is getrouwd. Deze uitkering is € 3.238,68 per jaar. Het maakt daarvoor niet uit hoeveel kinderen je partner verzorgt.

Als je jonge kinderen hebt

Heb je kinderen die jonger dan 16 jaar zijn als je overlijdt? Dan krijgen zij een wezenuitkering. Als ze aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de uitkering maximaal doorlopen totdat ze 21 worden.