Overbruggingslijfrente

De overbruggingslijfrente is een bijzondere lijfrente. Sinds de invoering van de Wet Vut Prépensioen Levensloop (VPL) mag je de premie die je voor deze lijfrente betaalt, niet meer aftrekken van je inkomen. Je mag de ingangsdatum van een overbruggingslijfrente zelf bepalen.

De uitkering eindigt op de pensioendatum of wanneer je 65 jaar wordt. Daardoor kun je eerder stoppen met werken. De uitkering is maximaal € 63.288 per jaar (2011).

Zuivere lijfrente

Betaal je na 1 januari 2006 geen premie meer voor je lijfrente? Dan kun je toch nog de hele uitkering op de einddatum gebruiken voor een overbrugginglijfrente. Je mag dus ook het bedrag gebruiken waarmee je inleg groeide na 1 januari 2006.

Ben je na 1 januari 2006 premie blijven betalen? Dan wordt de waardeopbouw van je lijfrente gesplitst. De waarde die je polis had op 31 december 2005, mag je gebruiken voor een overbruggingslijfrente. Over het verschil tussen de waarde op die datum en de uitkering op de einddatum betaal je belasting in box .

Gaat het om een zuivere lijfrente? Dan staat in de polis specifiek dat je de uitkering later moet gebruiken voor een overbruggingslijfrente.

Gerichte lijfrente

Bij een gerichte lijfrente dan staat in de polis niet dat je de uitkering later moet gebruiken voor een overbruggingslijfrente. Je kunt er dan ook voor kiezen een andere fiscaal gefacilieerde lijfrente te kopen.

Bij zo'n polis mag je ook de premies die je na 1 januari 2006 betaalde, aftrekken. Ook bij deze lijfrente wordt de waardeopbouw opgesplitst. De waarde die je tot 1 januari 2006 opbouwde, mag je gebruiken voor een overbruggingslijfrente. Het bedrag dat dan overblijft, kun je bijvoorbeeld een oudedaglijfrente gebruiken.