Nabestaandenpensioen
Het nabestaandenpensioen zorgt ervoor dat je nabestaanden financieel verzorgd achterblijven. Er is nabestaandenpensioen voor de:
- achterblijvende partner (partnerpensioen)
- achterblijvende kinderen (wezenpensioen)
Partnerpensioen
Je partner krijgt partnerpensioen vanaf de datum dat je overlijdt tot de datum dat hij of zij zelf overlijdt. Er zijn twee systemen voor partnerpensioen:
- op risicobasis
- opbouw van partnerpensioen
Partnerpensioen op risicobasis
Bouw je een partnerpensioen op op risicobasis? Dan heeft je partner daar recht op zolang je bij je werkgever in dienst bent. Het recht vervalt op de datum dat je dienstverband eindigt. Het is als een soort verzekering. De dekking eindigt op het moment dat je stopt met het betalen van de premie.
Opbouw van partnerpensioen
Bij deze regeling houdt je partner ook na einde van je dienstverband recht op het partnerpensioen. De basis van dat pensioen is het bedrag dat je tot dat moment bij elkaar spaarde. Je bouwt het partnerpensioen op tijdens je dienstverband. Stopt je dienstverband? Dan neem je ook niet meer deel aan de pensioenregeling. De opbouw van je partnerpensioen stopt dan ook. Maar je partner houdt wel recht op het partnerpensioen dat je opbouwde.
Nabestaanden overbruggingspensioen
Sommige pensioenregelingen kennen een overbruggingspensioen voor nabestaanden om zo het gemis aan Anw-uitkering te compenseren. D e nabestaanden krijgen dan overbruggingspensioen na het overlijden van de verzekerde of op het moment dat de Anw-uitkering stopt. De betaling stopt op het moment dat de nabestaande 65 jaar wordt. Hier lees je meer over de Anw-uitkering.
Wezenpensioen
Het wezenpensioen wordt direct na het overlijden uitgekeerd aan de kinderen van de overledene. Over het algemeen eindigt het wezenpensioen op de 18-jarige leeftijd. Wanneer een kind nog studeert of arbeidsongeschikt is dan kan het wezenpensioen doorlopen tot 27-jarige leeftijd.