Eerder met pensioen

Wie droomt er niet van om eerder te stoppen met werken? Het antwoord op deze vraag is simpel. De overheid. Op 22 februari 2005 is het wetsvoorstel VutPrépensioenLevensloop (Wet VPL) aangenomen door de Eerste Kamer. In het kort komt het erop neer dat, met ingang van januari 2006, het fiscaal aantrekkelijk sparen om eerder te stoppen met werken wordt afgeschaft.

De overheid wil dat zoveel mogelijk mensen langer blijven doorwerken. Verschillende redenen liggen hieraan ten grondslag. Ten eerste stijgt het aantal ouderen t.o.v. het jonge mensen in Nederland. Omdat de AOW door de werkenden wordt gefinancierd ten behoeve van degenen die reeds 65 jaar of ouder zijn moet een kleiner aantal mensen voor een groter wordende groep 65-plussers de AOW betalen.
Ten tweede wordt de groep van mensen die AOW ontvangen ook steeds ouder, waardoor zij langer recht hebben op AOW.

Kenmerken VPL

Om te voorkomen dat mensen eerder stoppen met werken heeft de overheid bepaald dat de fiscale ondersteuning voor VUT, prépensioen en overbruggingslijfrente wordt beëindigd. Dat wil zeggen dat de betaalde premies voor deze drie regelingen niet meer aftrekbaar zijn van het inkomen. Dat geldt niet alleen voor nieuwe regelingen. Ook voor prépensioen, VUT en lijfrentes die al voor de wetswijziging bestonden geldt dat de premies betaalt na 1 januari 2006 niet meer aftrekbaar zijn.

Ook worden bijdrages van de werkgever in de VUT en prépensioenregeling belast.

Overgangsrecht

Voor VUT en prépensioen geldt overigens dat werknemers die op 1 januari 2005, 55 jaar of ouder waren gewoon gebruik kunnen blijven maken van hun bestaande regeling. Tevens is voor mensen van jonger dan 55 jaar een overgangsrecht opgezet zodat de zojuist beschreven ontwikkelingen gefaseerd worden ingevoerd.

Onder overbruggingslijfrente wordt uitgebreider ingegaan op de kenmerken van de overbruggingslijfrente en de gevolgen van de wetswijziging hiervoor.