Binnen de groep van fiscaal gefacilieerde lijfrentes neemt de overbruggingslijfrente een bijzondere plaats in. Sinds de invoering van de Wet VutPrépensioenLevensloop (VPL) is het voor deze lijfrente niet meer mogelijk om betaalde premies af te trekken van het inkomen.
De ingangsdatum van een overbruggingslijfrente is vrij te bepalen. Omdat de einddatum ligt op de pensioendatum of de 65-jarige leeftijd bestaat de mogelijkheid eerder te stoppen met werken. De hoogte van de uitkeringen is beperkt tot € 63.288 voor het jaar 2005.
Sinds 1 januari 2006 is er voor de overbruggingslijfrente veel veranderd. Wanneer na deze datum geen premie meer betaald wordt dan blijft het mogelijk de gehele uitkering op de einddatum te gebruiken voor een overbrugginglijfrente. Dus ook de waarde aangroei van na 1 januari 2006 kan gebruikt worden voor een overbruggingslijfrente.
Wanneer na 1 januari 2006 wordt doorgegaan met premie betalen dan zal de polis wat betreft waarde opbouw gesplitst worden. De waarde die de polis had op 31 december 2005 mag dan aangewend worden voor een overbruggingslijfrente. Het verschil tussen de waarde eind 2005 en de uitkering op de einddatum zal belast worden in box ?.
Voor een zuivere lijfrente geldt dat er in de polis specifiek is vermeld dat de uitkering te zijner tijd zal worden aangewend voor een overbruggingslijfrente.
Wanneer sprake is van een gerichte lijfrente dan wordt op de polis niet vermeld dat de uitkering specifiek bestemd is voor een overbruggingslijfrente. Er kan dan ook nog een andere fiscaal gefacilieerde lijfrente aangekocht worden.
Bij dergelijke polissen kunnen ook na 1 januari 2006 betaalde premies afgetrokken worden. Wederom wordt er een opsplitsing gemaakt in de waardeopbouw. Dit keer wordt de tot 1 januari 2006 opgebouwde waarde aangewend voor een overbruggingslijfrente. En het meerdere wordt gebruikt voor bijvoorbeeld een oudedagslijfrente.