Ouderdomspensioen
Ouderdomspensioen is het pensioen wat wordt ontvangen vanaf de pensioendatum.
In veruit de meeste gevallen is dat de 65-jarige leeftijd. Uiterlijk mag het ouderdomspensioen ingaan op de 70-jarige leeftijd. Het ouderdomspensioen loopt door tot het overlijden.
Ouderdomspensioen wordt gedurende de werkzame periode opgebouwd. Er zijn drie manieren waarop het ouderdomspensioen wordt opgebouwd, middels:
Wanneer de pensioenregeling een 40-deelnemingsjarenpensioen bevat bestaat de mogelijkheid om voor de 65-jarige leeftijd reeds met pensioen te gaan. Deze mogelijkheid is overigens in maar weinig pensioenregelingen opgenomen.
Voor de Wet VPL waren er meerdere mogelijkheden om op een fiscaal aantrekkelijke manier te sparen zodat voor de 65-jarige leeftijd met pensioen gegaan kan worden. Alleen werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren, kunnen gebruik blijven maken van de oude fiscale regelingen.
Voor werknemers die op dat moment de 55-jarige leeftijd nog niet hadden bereikt is een overgangsrecht ontwikkeld. Dit overgangsrecht houdt onder andere in dat met ingang van januari 2011 de eigen bijdrage aan de pensioenopbouw volledig wordt belast.
Onder
eerder met pensioen is het overgangsrecht en de Wet VPL eveneens beschreven.